woensdag 3 september 2008

Uit het archief: Arnhem Stripstad

In september 2003 opende in het Historisch Museum de tentoonstelling Arnhem Stripstad. In een interview uit die tijd vertelt stripmaker Hanco Kolk over de bloeiende stripcultuur aldaar. Dat interview mag op deze site natuurlijk niet ontbreken, vinden wij van Strips in Gelderland. Vandaar dat u het hieronder nog eens kunt lezen. Aangevuld met leuke plaatjes.



Op 6 juni opent in het Historisch Museum de tentoonstelling Arnhem Stripstad. Arnhem heeft op dit gebied zowel een rijk heden als verleden. Jean Dulieu werkte hier, Hans G. Kresse, en in de jaren tachtig was er de roemruchte Studio Arnhem met mensen als Aloys Oosterwijk, Hanco Kolk, René Meulenbroek, Ben Jansen en Evert Geradts. In één van de oude gebouwen van Studio Arnhem zitten nu de striptekenaars van Funny Farm en ook Hendrik J. Vos, geestelijk vader van sf-stripblad Krypton. Hanco Kolk, één van de oprichters van Studio Arnhem, blikt terug.

Interview: PETRA VERSLUIS

Arnhem Stripstad. Voor veel mensen misschien twee woorden waar ze een vraagteken achter zullen plaatsen. In hoeverre is Arnhem een stripstad?

Arnhem is een stad met een bloeiende stripcultuur en een rijke traditie als het gaat om strips. Wat veel mensen niet weten is dat Jean Dulieu, de geestelijk vader van Paulus de Boskabouter hier gewerkt heeft en nog altijd woont. Ook iemand als Hans G. Kresse, bekend van klassieke series als Eric de Noorman en de Indianenreeks, werkte in deze omgeving. En vanaf ‘81 is hier een hele actieve club striptekenaars geweest, die werkten onder de naam Studio Arnhem. Als broekje van 21 hoorde ik ook bij die club. Het was zo’n beetje de ultieme jongensdroom.


Tekeningen van Hans G. Kresse uit Eric de Noorman opnieuw bekeken.


Paulus de Boskabouter door Jean Dulieu.

Hoe valt die concentratie striptekenaars hier te verklaren. Speelde de academie daar een rol in?

Nee, op de academie houden ze zich niet met striptekenen bezig. Dat is daar een beetje een bezoedeld begrip geloof ik. Dat irriteert me. Ik ben autodidact, maar van collega’s heb ik gehoord dat ze drie jaar nodig hebben gehad om af te leren wat ze op de academie hadden opgestoken. Striptekenen is nu eenmaal een heel andere discipline dan bij voorbeeld illustreren. België heeft wel een goede opleiding voor striptekenaars. In Nederland is alleen een cartoonschool: particulier en ’t kost nogal wat om daar op te komen. Het feit dat er nu nog steeds veel striptekenaars in Arnhem zijn – een nieuwe generatie die veel zakelijker werkt dan wij vroeger –, vloeit voort uit het bestaan van Studio Arnhem. Dat heeft een enorme zuigkracht gehad op mensen.


'Birth of a magazine' door Hanco Kolk.

Werkten jullie voor verschillende opdrachtgevers of maakten jullie dingen gezamenlijk?

Voordat we daadwerkelijk met elkaar in één ruimte gingen werken maakten we een stripblad: De blauwe omelet. We hadden totaal geen kaas gegeten van het productieproces. Wisten van niks. We wisten wel dat originelen vaak groter worden getekend dan ze worden afgedrukt, maar hoe moest je die dingen verkleinen? Na lang nadenken hadden we de oplossing: we fotografeerden onze originelen, drukten die hard af en stencilden die in een oplage van 1000 stuks. De eerste oplage was direct helemaal uitverkocht. Het blad zou één maal in de maand verschijnen, dachten we toen we het eerste nummer af hadden. Steeds met een wisselend thema. Dat viel vies tegen! We waren het hele avontuur met een zekere jeugdige overmoed ingestapt, maar ik denk dat je overmoed nodig hebt om zoiets te gaan ondernemen. Vanaf nummer drie werd de Omelet geproduceerd door een heuse Amsterdamse uitgever, en toen sloeg bij ons de faalangst toe. We zaten ineens in hetzelfde fonds als Kamagurka, Joost Swarte en Evert Geradts. Het speelkwartier was over; nu moesten we werkelijk iets laten zien!
Het gevolg was dat de Omelet ineens een zeer sporadisch verschijnend blad werd.


Een Groot Gebaar van Hanco Kolk.

Wat voor soort verhalen maakte je voor de Omelet?

Aanvankelijk pakte ik de grote thema’s. Ik nam mezelf überhaupt nogal serieus in die tijd. Ik zwoegde op realistisch getekende verhalen vol met het Grote Gebaar, maar ik kreeg de meeste respons op achteloos getekende grapjes! In mijn ogen was ik een realist. De man van het Serieuze Verhaal. Het was even slikken toen dat beeldbijgesteld moest worden. Studio Arnhem is ontstaan toen we ophielden met de Omelet en besloten om professioneel tekenaar te worden. Alweer die overmoed: we gingen er vanuit dat we door in één ruimte te werken elkaar konden stimuleren tot het maken van grootse dingen. De eerste ruimte die we gebruikten was het voormalig atelier van de architect Willem Diehl, die tussen 1905 en 1915 hier de Transvaalbuurt en Luxor heeft ontworpen. Arnhemser kan het niet!


Studio Arnhem in 1976. Boven v.l.n.r.: Aloys Oosterwijk, Rieuwert Catz, Ben Jansen, Hanco Kolk, René Meulenbroek. Onder v.l.n.r.: Diederick van Kleef, (?) Langedijk.

Hoe is het Studio Arnhem vergaan?

De Studio heeft tot 1987 gedraaid. In het begin hadden we één stijl, langzaamaan ontwikkelde ieder zijn eigen stijl. Later kregen mensen ook andere ambities, gingen het reclamevak in of merkten dat ze een betere schilder dan tekenaar waren, zoals René Meulenbroek.
Kees de Boer is gaan illustreren en heeft nu in Arnhem een grote studio: Funny Farm, waar onder andere ook Mark Retera en Mars Gremmen werken. Evert Geradts is naar Toulouse verhuisd en heeft een lang gekoesterde droom waargemaakt: in de voetsporen van zijn idool Carl Barks schrijft hij nu al jaren scenario’s voor Donald Duck. Van huis uit is hij computerprogrammeur, en die talenten gebruikt hij nu voor het maken van driedimensionale strips en cartoons. Gerard Leever werkt in zijn eigen studio in Rijkerswoerd aan diverse series; Aloys Oosterwijk
maakt zijn strips in Amsterdam, en ik zit in Velp.


Studio Funny Farm in 1994. V.l.n.r.: Kees de Boer, Jaap Stavenuiter, Mars Gremmen en Jeroen Steehouwer.

Hoe volwassen is de strip nu eigenlijk?

Vroeger werden strips voornamelijk voor een jeugdig publiek gemaakt. Dat verandert nu snel. Literaire uitgevers als Meulenhoff, de Harmonie en de Bezige Bij hebben tegenwoordig ook een stripfonds. De stripversie van ‘De Avonden’ haalt de boeken top tien. Er worden schitterende graphic novels gemaakt, die ook verfilmd worden. Denk maar aan recente films als Ghost World, Road to Perdition en From Hell, dat zijn allemaal adapties van comics. In Nederland heb je een klein taalgebied, dus hier is het lastig om een ‘riskantere’ strip te maken. Wat niet wegneemt dat er hier ook hele mooie dingen gebeuren de laatste tijd.


Gilles de Geus.

Je strip Meccano is wel van een heel andere orde dan je Gilles de Geus-albums. Daarnaast maak je ook nog voor het Veronica-magazine Inspecteur Netjes en, samen met Peter de Wit, voor het Parool en het Algemeen Dagblad de strip S1ngle. Raak je niet een beetje verknipt wanneer je al die dingen combineert?

Ik combineer ze niet. Ik heb mijn week strak opgedeeld. De ene dag doe ik dit, de andere dat. Ik trek steeds een ander laatje open. Die afwisseling is juist prettig. Gilles de Geus is een klassieke strip voor een breed publiek, die in een herkenbare en makkelijk verteerbare stijl is getekend. Bij Meccano ligt dat anders. Daarin probeer ik telkens nieuwe dingen uit. Dat betekent ook dat ik kan doen wat ik wil. Ik ben volkomen vrij. Het mooie daaraan vind ik het bedenken van het verhaal, de keuzes maken, buiten alle gebaande paden werken, riskant schrijven, geblokkeerde mogelijkheden open breken en zien in hoeverre je je lezer mee kan krijgen. Ik ga behoorlijk ver. Het vereist heel veel van mijn publiek, maar het mooiste is als ze desondanks toch slap liggen van het lachen. Niet alleen het verhaal, maar ook inkleuring en tekeningen zijn behoorlijk onorthodox. Van Fiep Westendorp tot aan Picasso: ik laat me heel breed inspireren.


Inspecteur Netjes.

Je werktafel ligt bezaaid met bladen als de Marie Claire en Elle. Studiemateriaal?

Yep. Botox kent voor mij geen geheimen meer. Voor onze S1ngle-cartoon haal ik m’n inspiratie uit dit soort magazines. Je blijft zo goed op de hoogte van alle hypes en de problemen die singles tijdens hun run naar een partner tegenkomen. En
onderschat die niet. De komst van de euro bijvoorbeeld had met name voor singles gevolgen. Doordat de horecaprijzen zo
waren gestegen, liepen al die dates financieel behoorlijk uit de klauwen. Wij konden daar weer weken mee vooruit. Ook die hele culinaire hype is smullen voor ons. En de plastische chirurgie biedt ook eindeloze mogelijkheden.



In hoeverre houd je rekening met je lezer, hoe ver kun je gaan?

Dat wisselt. Meccano is in alles extreem, dus ook wat heilige huisjes betreft. Bij wekelijkse of dagelijkse cartoons ligt dat iets anders. Bij zo’n strip heb je toch een verbond met je lezer. Je bouwt je hoofdpersonen uit tot volwaardige, ronde karakters. Er wordt wel eens gezegd dat stripfiguren platte, ééndimensionale karakters zijn. Dat is soms waar, maar dan heb je het toch vooral weer over de kinderstrips van vroeger. Tegelijkertijd schep ik er ook bij de dagelijkse strips genoegen in om tot het randje te gaan; zogenaamd ‘veilige’ grappen zijn vaak zo afgezaagd. De identificatie van de lezer met zo’n stripfiguur gaat vaak heel ver. Bij S1ngle hebben we op een gegeven moment een website opgezet: www.s1ngle.nl. Via de site kun je daten met de hoofdpersonen en kun je zelf als persoon voorkomen in de strip. Dat is een waanzinnig succes. Loopt als een trein. Een trouwe schare fans ziet een hoofdpersoon van een strip als een levend mens. Die zijn vaak zo vergroeid met een strip, dat ze bij de tekening aan een paar lijntjes genoeg
hebben om hem te kunnen lezen.


Illustratie van Mark Retera.

Om weer even terug te keren naar Arnhem Stripstad. Je organiseert ook sinds een paar jaar het Bal du Rat Mort in Sonsbeekpark. Wat is dat?

Het Bal du Rat Mort is een festival van striptekenaars dat dit jaar voor de derde keer gehouden wordt van 7 tot en met 10
augustus. Het is onderdeel van de Theaterboulevard in Park Sonsbeek. Dus naast strips ook veel theater. Er komen striptekenaars uit Nederland en België en er gebeurt van alles. De één draait plaatjes, de ander bakt taarten of geeft een presentatie over de mogelijkheden van Flash. Wie dus in die periode de tentoonstelling bezoekt, moet zeker even door naar Park Sonsbeek en omgekeerd.


Journal Du Rat Mort 2001.


Uitnodiging Arnhem Stripstad.

Geen opmerkingen: